THEMA'S
SERVICE & ADVIES

NEN 1010 en andere normen

Datum:15-06-2016

In de loop der jaren zijn veel normen en richtlijnen ontstaan. Parallel hieraan zijn veel systemen en trajecten voor kwaliteitszorg ontwikkeld, die een constante kwaliteit van het geleverde product moeten waarborgen.

Hoe goed die doelstelling ook moge zijn, inmiddels is de vraag of die wordt bereikt. Er is immers een woud aan regelgeving ontstaan. Vrijwel niemand heeft een totaaloverzicht van alle normen en regelgeving. Bovendien zijn de normen niet altijd op elkaar afgestemd.

De belangrijkste normen voor het maken van laagspanningsinstallaties en het werken daarmee zijn:

  • de NEN 1010 ‘Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties’;

  • de NEN 50110 en NEN 3140 ‘Bedrijfsvoering van laagspanningsinstallaties’;

  • de NEN-EN-IEC 60204 ‘Elektrische uitrusting van machines’;

  • de NEN-EN-IEC 61439 ‘Schakel- en verdeelinrichtingen’;

  • de netcode.

Hieronder wordt daarom aan deze normen en hun onderlinge samenhang aandacht besteed.

Samenhang van normen

Voor het realiseren van een elektrische installatie moeten diverse fasen worden doorlopen (zie onderstaande afbeelding). De NEN 1010 moet worden gebruikt bij het ontwerpen, aanleggen en inspecteren van een elektrotechnische installatie. De oplevering van de installatie betekent een inspectie (tussentijdse en eindcontrole) van de installatie. De installateur rondt hiermee zijn product af. De verantwoordelijkheid voor het in stand houden en een goede bedrijfsvoering van de installatie ligt dan bij de gebruiker/eigenaar. De NEN-EN 50110 en NEN 3140 geven bepalingen voor de bedrijfsvoering. Herinspectie gebeurt weer aan de hand van de NEN 1010.

Samenhang tussen de diverse normen

Als een herinspectie op een gegeven moment aanleiding geeft tot een aanpassing van de installatie, dan kan deze wijziging, aanpassing of uitbreiding weer worden gedaan met de NEN 1010 als uitgangspunt. Voor de herinspectie en aanpassingen aan bestaande installaties kan de versie van de norm worden gebruikt die ook van toepassing was tijdens van de bouw van de installatie. Voor uitbreidingen of nieuwbouw moet uiteraard weer de nieuwste versie van de NEN 1010 worden toegepast.

Voor producten bestaan er afzonderlijke normen. Een bijzonder product is een elektrische machine. Hierbij kan sprake zijn van een groot samenhangend deel van de installatie. Neem als voorbeeld de elektrische installatie van een verpakkingsmachine. Een elektrische installatie van deze machine kan een verdeelinrichting bevatten met daarop aangesloten diverse motoren en besturingskasten. Op dit product is de Machinerichtlijn van toepassing. De elektrische installatie moet daarom voldoen aan de NEN-EN-IEC 60204 ‘Elektrische uitrusting van machines’. Alleen de voedingsleiding naar de verdeelinrichting valt onder de NEN 1010 (zie onderstaande afbeelding).

Overgang van NEN 1010 en NEN-EN-IEC 60204.

De netcode is van belang bij het aansluiten van de elektrische installatie op het openbare net.  Hierin zijn geregeld: welke aansluitingen mogelijk zijn, zaken ten aanzien van de meterkast, de mogelijke terugwerking van de installatie op het net en soortgelijke aspecten die van belang zijn voor een goede aansluiting.

NEN 1010

De belangrijkste norm voor het ontwerpen, aanleggen en opleveren van een laagspanningsinstallatie is de NEN 1010. In 2007 is de nieuwe gewijzigde uitgave verschenen. De NEN 1010 is weer uitgegeven als één boek, waarbij toelichtingen en Nederlandse bepalingen bij de desbetreffende bepalingen zijn geplaatst. Hierdoor wordt onnodig geblader in de norm voorkomen en is de NEN 1010 een stuk overzichtelijker geworden. De verschillende delen  zijn achtereenvolgens:

  • Deel 0: Voorwoord en introductie;

  • Deel 1: Onderwerp, toepassingsgebied en fundamentele uitgangspunten;

  • Deel 2: Termen en definities;

  • Deel 3: Algemene kenmerken;

  • Deel 4: Beschermingsmaatregelen;

  • Deel 5: Keuze en installatie van elektrisch materieel;

  • Deel 6: Inspectie;

  • Deel 7: Aanvullende en bijzondere bepalingen.

Naast deze uitgave is er de praktijkrichtlijn NPR 5310. Deze geeft mogelijke uitwerkingen van normbepalingen. Benadrukt moet worden dat op deze wijze aan de norm kan worden voldaan, maar dat eigen oplossingen zeker ook mogelijk kunnen zijn.

Behalve de richtlijnen voor de inspectie van nieuwe installaties zijn nu ook de richtlijnen voor  de inspectie van bestaande installaties opgenomen in de NEN 1010. De NEN 3140 is hiervoor dus niet meer toepasbaar. De tijd tussen twee opeenvolgende inspecties wordt bepaald door  de volgende factoren:

  • jaar van aanleg;

  • conditie van de installatie;

  • omstandigheden;

  • overeenstemming met normen.

Per factor is er een aantal keuzemogelijkheden. Aan die mogelijkheden is een getal gekoppeld, de wegingsfactor. Bij het toewijzen van een wegingsfactor aan een bepaalde situatie geldt dat de wegingsfactor groter wordt naarmate het elektrotechnische risico toeneemt.

Normen voor aarding

Het belang van een goede aardingsvoorziening is voor velen duidelijk. Hoe deze precies moet worden ontworpen, is minder duidelijk. Welke wetgeving eraan ten grondslag ligt evenmin.

De normen over en de functies van een goede aardingsvoorziening worden hieronder toegelicht.

Functies van aardingsvoorziening

Er zijn diverse functionaliteiten voor een aardingsvoorziening. Het totale aardingsconcept van een installatie moet worden uitgelegd om te voldoen aan al deze functionaliteiten. In onderstaande afbeelding is een overzicht gegeven van de diverse functies.

Functionaliteiten van een aardingssysteem.

Het aardingssysteem moet ervoor zorgen dat:

  • de nul van het voedingssysteem aardpotentiaal heeft;

  • bij een fout in de elektrische installatie geen gevaarlijke aanrakingsspanningen optreden of dat deze snel genoeg worden afgeschakeld;

  • de mogelijk optredende bliksemstromen worden afgeleid (uitwendige bliksembeveiliging);

  • de mogelijk optredende overspanningen (door bliksem of sluitingen in het net) worden beperkt tot een aanvaardbaar niveau;

  • er geen ongewenste beïnvloeding plaatsvindt ten gevolge van hoogfrequente verschijnselen.

Kijkend naar deze functionaliteiten kan worden geconstateerd dat we te maken hebben met een brede frequentieband waarbinnen de diverse verschijnselen optreden. Dit kan 50 Hz zijn als we kijken naar de persoonsbeveiliging maar ook frequenties van tientallen kHz (bliksem, EMC) of zelfs hoger bij diverse EMC-aspecten. Het ontwerpen en aanleggen van een aardingssysteem waarmee alle functionaliteiten kunnen worden ingevuld, is dan ook geen vanzelfsprekendheid.

Normen betreffende ontwerp van aardingsvoorzieningen

Een bijkomend probleem bij het ontwerp van het aardingssysteem is dat de randvoorwaarden voor het ontwerp uit verschillende normen komen. Deze normen zijn:

  • NEN 1010 (persoonsbeveiliging, beveiliging tegen overspanning, nul op aardpotentiaal, gericht op laagspanningsinstallaties);

  • NEN-EN-IEC 61936-1 (persoonsbeveiliging, beveiliging tegen overspanning, nul op aardpotentiaal, gericht op hoogspanningsinstallaties);

  • NEN-EN-IEC 60204 (persoonsbeveiliging, gericht op machines);

  • NEN-EN-IEC 62305 (bliksembeveiliging);

  • EMC-richtlijn (goede werking van apparatuur en installaties).

In onderstaande afbeelding zijn aan de functionaliteiten de diverse normen gekoppeld. In de subparagrafen hierna komen kort de belangrijkste doelstellingen en toepassingsgebieden van de genoemde normen aan bod.

Normen betreffende aardingsvoorzieningen.

NEN 1010

De NEN 1010 is de norm met veiligheidsbepaling voor laagspanningsinstallaties. Deze norm gaat over installaties met een maximale spanning tot 1000 V wisselspanning tussen de fasen en 1500 V gelijkspanning. De doelstellingen van de NEN 1010 richten zich voornamelijk op de beveiliging van personen en levende have bij een fout in de installatie. De beschermingsmaatregel ‘automatische uitschakeling van de voeding’ moet plaatsvinden met een aardingssysteem. Dit aardingssysteem moet zorgen voor een voldoende grote aardfoutstroom om de beveiliging aan te spreken. Daarnaast is in de NEN 1010 een potentiaalvereffeningssysteem voorgeschreven, ook met de intentie om gevaarlijke aanrakingsspanningen in een installatie te voorkomen. Ten slotte zijn er in de NEN 1010 bepalingen opgenomen die overspanningen ten gevolge van sluitingen in de middenspanning op het laagspanningsnet moeten voorkomen. Belangrijke onderdelen van deze bepalingen gaan over het ontwerp en de aanleg van een aardingsvoorziening. Hierbij wordt verwezen naar de aardingsvoorziening zoals voorgeschreven in de NEN-EN-IEC 61936, de norm voor hoogspanningsinstallaties.

NEN-EN-IEC 60204

De NEN-EN-IEC 60204 handelt over de elektrische veiligheid van machines. Ook in deze norm zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van personen tegen elektrische schok. Deze bepalingen zijn grotendeels gestoeld op dezelfde internationale normen als de NEN 1010. Ook hier worden eisen gesteld aan potentiaalvereffening en tijdige uitschakeling van fouten in de machine.

NEN-EN-IEC 61936-1

De NEN-EN-IEC 61936-1 handelt over de veiligheid van hoogspanningsinstallaties. Deze norm gaat over installaties met een spanning hoger dan 1000 V wisselspanning tussen de fasen. In deze norm wordt ook het concept van ‘global earthing’ besproken. Uitgangspunt is dat er een aardingssysteem wordt gemaakt dat geschikt is voor de vele doeleinden van een aardingsvoorziening, zoals hiervoor al is aangegeven.

NEN-EN-IEC 62305

In de internationale norm voor bliksembeveiliging, de NEN-EN-IEC 62305, worden het ontwerp en de aanleg van bliksembeveiligingsinstallaties uitgebreid beschreven. Deze norm is in het Nederlands vertaald en beschikbaar via de NEN in Delft. Uitleg over de norm en een aantal praktijkvoorbeelden zijn verder te vinden in de Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR) 1014, Bliksembeveiliging – Leidraad bij de NEN-EN-IEC 62305. In deel 3 van de norm (NEN-EN-IEC 62305-3, Bliksembeveiliging – Deel 3: Fysieke schade aan objecten en letsel aan mens en dier) komen de delen van de uitwendige bliksem beveiliging uitgebreid aan bod. In deel 4 (NEN-EN-IEC 62305-4, Bliksembeveiliging – Deel 4: Elektrische en elektronische systemen in objecten) staan de eisen die aan de bovengrondse aardingsinstallatie worden gesteld. Deze bovengrondse aardingsinstallatie dient vooral om schade te voorkomen die kan optreden door bliksemstromen en de elektromagnetische velden die door bliksemstromen worden opgewekt.

EMC-RICHTLIJN

De EMC-richtlijn is een bijzondere, uitgebreide regelgeving rondom de toelaatbare emissie en immuniteit van apparaten en installaties. Uiteraard is het de bedoeling dat installaties en de hierin aanwezige toestellen zonder problemen functioneren. Deze richtlijn beoogt dit te bereiken. In dit boek zullen we ons beperken tot de aardingsaspecten van de EMC-richtlijn. De richtlijn zelf gaat veel verder dan alleen de aardingsaspecten.

NEN 50110, NEN 3140, NEN 3840

Er zijn aardingsvoorzieningen die niets te maken hebben met vaste installaties maar die tijdelijk gebruikt worden om veilig te kunnen werken. Zowel voor laagspanningsinstallaties (< 1000 V) als voor hoogspanningsinstallaties (> 1000 V) is dit het geval. Ook al zijn ze tijdelijk, ze zijn daarom niet minder belangrijk en hebben zelfs in omstandigheden een verplicht karakter. In het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit), onderdeel van de Arbowet, staat dat werkzaamheden aan elektrische installaties in principe worden uitgevoerd aan een spanningsloze installatie. De normen NEN-EN 50110-1 en 50110-2 regelen hoe dit moet gebeuren. Aanvullend staan in de Nederlandse normen NEN 3140 (voor laagspanningsinstallaties) en NEN 3840 (voor hoogspanningsinstallaties) eisen om het in Nederland gebruikelijke hoge veiligheidsniveau te handhaven. De eisen die gesteld worden bij het werken aan laag- en hoogspanningsinstallaties worden hierna besproken.

Werken aan laagspanningsinstallaties

Om veilig te kunnen werken aan een laagspanningsinstallatie, moet aan de Nederlandse norm NEN 3140 worden voldaan. De norm bevat een veelheid aan informatie voor het werken in verschillende omstandigheden en aan verschillende soorten installaties. Aarden maakt een wezenlijk onderdeel uit van veilig werken aan laagspanningsinstallaties.

Aarden draagt vooral bij aan de veiligheid als het gaat om de veiligste procedure: het spanningsloos werken. Om veilig spanningsloos te kunnen werken, wordt een procedure gehanteerd die in een vaste volgorde maatregelen voorschrijft die de spanning van een installatie(deel) afhaalt en zorgt dat die spanning eraf blijft. De procedure is als volgt:

  1. Het deel van de installatie waaraan wordt gewerkt, wordt gescheiden van de rest van de installatie.

  2. Er wordt een beveiliging aangebracht tegen opnieuw inschakelen.

  3. Er wordt gecontroleerd of de installatie waaraan gewerkt gaat worden, spanningsloos is.

  4. Het te bewerken deel van de installatie wordt geaard en kortgesloten.

  5. Actieve delen in de buurt van de werkplek worden afgeschermd.

Aarden en kortsluiten zijn nodig als niet met zekerheid vaststaat dat de delen van de installatie waaraan wordt gewerkt, spanningsloos blijven. Dit is het geval als:

  • de installatie onoverzichtelijk is;

  • de installatie ook kan worden gevoed uit een vreemde voeding;

  • als een leiding elektrisch beïnvloedbaar is.

Voor het aarden en kortsluiten zijn speciale aardingsgarnituren beschikbaar. Deze aardingsgarnituren moeten geschikt zijn om de verwachte kortsluitstroom, bij onverhoopt inschakelen van de installatie, veilig af te leiden. Het aardingsgarnituur moet eerst op het aardpunt worden aangesloten. Pas daarna worden de actieve geleiders aangesloten.

Als de werkzaamheden zijn afgerond, moet de installatie ook weer volgens een vaste procedure in bedrijf worden genomen.

Deze procedure is de omgekeerde procedure van het uit bedrijf nemen:

  1. Verwijderen van de beschermingsvoorzieningen.

  2. Verwijderen van de kortsluitingen en de verbinding met aarde.

  3. Verwijderen van de beveiligingen tegen inschakelen.

  4. Opheffen van de scheiding.

  5. Inschakelen.

Bij het verwijderen van het kortsluitgarnituur moeten eerst de verbindingen met de actieve geleiders worden weggenomen. Daarna kan de verbinding met het aardpunt worden losgemaakt.

Werken aan hoogspanningsinstallaties

Bij het werken aan hoogspanningsinstallaties gelden ongeveer dezelfde maatregelen. Alleen is het daarbij verplicht om spanningsloos te werken. Ook hier moet volgens een vaste procedure worden gewerkt. De procedure is in principe gelijk aan die bij werken aan laagspanningsinstallaties. In dit geval moet de stap aarden en kortsluiten altijd worden uitgevoerd. Ook de omschrijving van de maatregelen voor het aarden en kortsluiten zijn strikter. Alle delen van een hoogspanningsinstallatie waaraan gewerkt gaat worden, moeten worden geaard en kortgesloten aan de kant van de werkplek. Dit kan door middel van een aarder, als die aanwezig is. Anders moet gebruik worden gemaakt van kortsluitvaste aardleidingen. De aardleidingen worden vaak toegepast als een aardingsgarnituur (zie afbeelding) dat speciaal hiervoor is ontworpen.

Aardingsgarnituur aangebracht in een middenspanningsinstallatie.

Voor de aardleidingen of het kortsluitgarnituur geldt het volgende:

  • Ze moeten tegen de ter plaatse te verwachten kortsluitstromen kunnen.

  • Ze moeten eerst met een geschikt aardpunt worden verbonden; daarna worden de te aarden onderdelen aangesloten.

  • Minimaal een aard- en kortsluitverbinding moet vanaf de werkplek zichtbaar zijn.

Er zijn diverse voorgeschreven regels voor het uitvoeren van de hierboven omschreven handelingen. Een belangrijke rol spelen daarbij de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de personen die bij dit proces betrokken zijn. Dit geldt zowel voor het aanbrengen van de werkaardingen als het verwijderen ervan en het weer in bedrijfstellen van de installatie.

Niet alle maatregelen en de verantwoordelijkheden die erbij horen zijn hier toegelicht. Bestudering van de betreffende normen is voor dit onderwerp nodig.

Vragen over dit artikel?
Stel uw vraag
Details
THEMA
ONDERWERP
TYPE
Artikel
DOSSIER
Gerelateerd
Machineveiligheid Wetgeving Machineveiligheid Samenhang normen
23-07-2020
Verdeelsystemen Constructieve eisen Veiligheidsaarding (PE-verbinding)
17-07-2020
NEN 1010 Elektrisch materieel De complexiteit van aanleggen aardingssystemen neemt toe
16-07-2020
NEN 1010 Elektrisch materieel Aardlekschakelaars uitleg en toepassingen
10-07-2020
NEN 1010 Elektrisch materieel Aansluiting 230 V apparaat op 400 V
02-07-2020
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 NPR 5310, Praktijkrichtlijn bij NEN 1010
10-06-2020
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 Tabel 41.1 - Maximale uitschakeltijden
04-05-2020
NEN 1010 Beschermingsmaatregelen Elektromagnetische verstoringen
01-05-2020
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 Hoe moeten we artikel 422.3.10 interpreteren?
01-05-2020
NEN 1010 Efficiënte en slimme installaties PV-installaties en voeding
03-04-2020
NEN 1010 Bijzondere installaties Aardlekschakelaar type A met 100 mA
30-03-2020
NEN 1010 Bijzondere installaties Inbouwframe hangtoiletten
27-03-2020
NEN 1010 Bijzondere installaties Aardlekbeveiliging meerdere laadpalen
24-03-2020
Power Quality Transiënten en EMC Aarden voor statische elektriciteit
21-02-2020
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 Werkschakelaars bij PV-omvormers
31-01-2020
NEN 1010 Bijzondere installaties NEN 1010 deel 701: bad- en doucheruimten
20-01-2020
NEN 1010 Bijzondere installaties Omvormers zonnepanelen varkenshouderij
10-01-2020
NEN 1010 Elektrisch materieel Fundatie aarding
13-12-2019
ATEX Ontstekingsbronnen Radiofrequente (RF) elektromagnetische straling
22-11-2019
ATEX Ontstekingsbronnen Elektromagnetische straling
22-11-2019
Verdeelsystemen Wetgeving verdeelsystemen Mag een besturingskast die in Duitsland is besteld, worden gebruikt in Nederland?
12-11-2019
NEN 1010 Bijzondere installaties Elektrische installaties in bad- en doucheruimten
24-05-2019
NEN 1010 Elektrisch materieel Instructievideo Aarding
29-01-2019
NEN 1010 Beschermingsmaatregelen Aanvullende bescherming
13-06-2017
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 Correctieblad met aanpassingen aan NEN 1010:2015 C1:2016 nl
23-02-2017
NEN 1010 Beschermingsmaatregelen Foutbescherming
23-02-2017
NEN 1010 Beschermingsmaatregelen Aarden in laagspanningsnetten
23-02-2017
Power Quality Transiënten en EMC EMC en coördinatie
02-02-2017
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 Uitgangspunten van de NEN 1010
15-06-2016
NEN 1010 Elektrisch materieel Aardlekbeveiliging
14-06-2016
Power Quality Transiënten en EMC Aarding, stroomstelsels
14-06-2016
NEN 1010 Beschermingsmaatregelen Middenspanningsnet en mogelijke sluitingen
13-06-2016
NEN 1010 Beschermingsmaatregelen Aarden in middenspanningsnetten
13-06-2016
Power Quality Transiënten en EMC Eenpuntsaarding
06-06-2016
ATEX Technische maatregelen Aanvullende eisen intrinsieke veiligheid
03-06-2016
NEN 1010 Bijzondere installaties Ruimten met een bad of douche (rubriek 701)
12-04-2016
NEN 1010 Elektrisch materieel Stuurstroomketens
16-10-2015
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 De nieuwe NEN 1010
13-10-2015
Power Quality Transiënten en EMC Kabels en aanleg: EMC-kwaliteit van kabelmantels
03-08-2015
Power Quality Transiënten en EMC EMC-kwaliteit van kabelmantels
03-08-2015
Power Quality Transiënten en EMC Kabels en aanleg: aardretour in kabel
02-07-2015
NEN 1010 Elektrisch materieel Aardingsvoorziening bij grotere aansluitingen
02-07-2015
Power Quality Transiënten en EMC Meerpuntsaarding
10-06-2015
Power Quality Transiënten en EMC EMC problemen
10-06-2015
Power Quality Transiënten en EMC Elektriciteitsdistributie en EMC
10-06-2015
Power Quality Transiënten en EMC Meerpuntsaarding
10-06-2015
Power Quality Transiënten en EMC Aardretour in kabels
10-06-2015
NEN 1010 Elektrisch materieel Toepassingen van aardingsvoorzieningen
27-05-2015
NEN 1010 Elektrisch materieel Aardingsvoorzieningen inzetten
14-04-2015
Power Quality Transiënten en EMC Aarden voor bliksembeveiliging
10-04-2015
Power Quality Transiënten en EMC Aarden voor EMC
10-04-2015
NEN 1010 Elektrisch materieel Geïntegreerde aardingssystemen
10-04-2015
NEN 1010 Elektrisch materieel NEN 1010 en Power Quality
25-03-2015
Power Quality Wetgeving Power Quality Normen en richtlijnen EMC
04-02-2015
Power Quality Wetgeving Power Quality Wetgeving EMC
03-02-2015
Machineveiligheid Functionele veiligheid machines (SIL en PL) Heeft demping van kabel invloed op de kA waarde van de kast?
09-01-2015
Power Quality Transiënten en EMC Aardingsvoorziening bij grotere aansluitingen
14-11-2014
Machineveiligheid Ontwerpen machines en geïntegreerde productiesystemen Is het verplicht om de secundaire kant aan de aarde te leggen?
02-09-2014
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 Toepassingsgebied van de NEN 1010
20-12-2013
Verdeelsystemen Verificatie van het ontwerp Elektromagnetische compatibiliteit (EMC)
26-09-2013
Verdeelsystemen Wetgeving verdeelsystemen Nagaan of een besturingskast voldoet aan de EMC-richtlijn
26-09-2013
Machineveiligheid Bestaande machines Inspectie bestaande niet-CE-machines
07-06-2013
NEN 1010 Elektrisch materieel Grootte van spanning op aardelektrode berekenen
13-03-2012
Power Quality Wetgeving Power Quality NEN 1010 en Power Quality
03-02-2012
Verdeelsystemen Uitgangspunten bij het ontwerp Aardingssysteem
23-12-2011
Verdeelsystemen Uitgangspunten bij het ontwerp Uitvoeringsvormen op overdrachtspunt
22-12-2011
NEN 1010 Elektrisch materieel Aardingsvoorzieningen
28-09-2020
NEN 1010 Elektrisch materieel Aardlekschakelaars
28-09-2020
NEN 1010 Elektrisch materieel Moet elke eindgroep een eigen aardlekautomaat hebben?
28-09-2020
NEN 1010 Wetgeving NEN 1010 Overig
28-09-2020
Inhoudsopgave